Tijdens Big Art 2022 wordt Popinnart vertegenwoordigt door Christine Bittremieux.
Haar werk is te zien op de eerste etage van voorheen de Bijlmer Bajes.
bezoekersinfo
data: vrijdag 4 t/m zondag 6 november 2022
openingstijden: dagelijks 10:00 – 18:00 uur
tickets: €12,50 (CJP €10,-) kinderen tot 12 jr gratis toegang. Kaarten zijn online te bestellen en bij de ingang te koop.
adres: Bajeskwartier, H.J.E. Wenckenbachweg 48, 1096 AH Amsterdam
GalleryViewer vroeg Katelijn Bergman, beeldend kunstenaar en oprichter van Popinnart, om een collectie samen te stellen.
Dit artikel is 10 april 2020 op Gallery Viewer gepubliceerd.
Lees het hele artikel hier
Soort bericht: popinnblog
Geschreven door: Katelijn Bergman
Geplaatst op: 13 april 2020
Jan Pieter Ekker, Parool, 16-01-2020 en op AT5
In Arti et Amicitiae zijn t/m 26 januari 2021 (Het wereldprobleem & andere ongemakken) vijf van de vernielde, kleine Marin Luther King-beeldjes van Airco Caravan te zien. Deze zijn eerder tentoongesteld bij Popinnart op de Middenweg en in Loods6.
lees het hele artikel in het Parool hier
bekijk de actie op AT5 hier
Geschreven door: Saskia Monshouwer
Geplaatst op: 28 april 2019
De ochtend na de presentatie bij Locus Solus, de kunstruimte van Franck Gribling in Amsterdam genoemd naar een roman van Raymond Rousel, bekijk ik de presentatie van een reeks werken in oplage uit de collectie van Harry Ruhé. Hij begon in 1976 Galerie A, en nam enkele edities over van Seriaal, de illustere eerste Amsterdamse multipel-galerie die in 1968 door Wies Smals, Mia Visser (en korte tijd Ritsaert ten Cate) werd gerund. Ik bekijk het boek met plezier omdat het goed is om deze betekenisvolle relicten en Fluxus-achtige werk opnieuw te zien.
Een heldere opzet ook, dat boek Art, No-Art & Anti-Art, van A tot Z geordend, foto’s, multipels, resten van performances en Fluxus-presentaties, tekeningen, pamfletten, teksten en een essay uit 1975 van Henry A. Flynt, filosoof, musicus en anti-kunst-activist. Zijn voorstel voor een commune die gericht is even idealistisch en typisch van die tijd als relevant en van nu. Hij wil ontsnappen aan de samenleving die hij als slavenmaatschappij herkent:
“Het is onmogelijk het collectief belang op te houden als ideaal waarmee roofzuchtig gedrag kan worden aangeklaagd, zolang de slachtoffers van dat gedrag het principe van de roofzucht hardnekkig blijven verdedigen.”
én
Een van de gebruikelijkste vormen van tijdverdrijf van de recreatieve intellectueel is de kunst. Wij echter verwerpen de kunst als activiteit in al de gedaanten waarin het zich aan de lezers van dit essay kan voordoen.”
Vanwege de interesse van Flynt voor wis- en natuurkunde kan je in zijn tekst, al moet je daar wat moeite voor doen, de eerste aanzetten van ideeën à la Bruno Latour ontdekken: geen lineaire tijd, maar een spiraal, geen natuur aan de ene kant, en cultuur aan de andere kant, maar netwerken, waaraan werkelijkheid en droom, subjecten en objecten gezamenlijk deelnemen.
“Zo bijzonder ook”, zegt Phil Bloom tegen mij, één van de vele gasten tijdens de volle boekpresentatie, “dat de meesten nog leven…” Ik kijk om me heen. Het klopt er lopen hier een hoop kunstenaars, uitgevers, schrijvers, critici en kunsthistorici rond die al vanaf de jaren zestig furore maken. Een aantal ook niet meer. Ik ben wat jonger, en voel me zoals ik me altijd al voelde, als iemand van een andere generatie die er een beetje achteraan loopt.
Dat ik me zo voel kan je Harry Ruhé niet verwijten. Het aardige aan presentatie en boek is dat hij ook werken opnam van kunstenaars die jonger zijn, zoals het geweertje uit eigen huid dat Joanneke Meester in 2004 heeft gemaakt. In het boek afgebeeld vlak onder een chocolade Santa butt plug van Paul McCarthey uit 2007, een exacte, maar kleinere kopie van de beruchte grote Rotterdamse ‘kabouter butt plug’. Er is ook werk van Tinkebell opgenomen en van generatiegenoten, zoals Rob Scholte en een poster van de expositie van Andres Serano in het Groninger Museum van Frans Haks. Het is een ontwerp van Swip Stolk, die de bewoners van de provinciestad aardig wist te choqueren.
Een fijn boek dus, over complexe en niet altijd fijne kunst. Ik ben niet zo dol op Otto Mühl en al die anderen die in de voetsporen van de decadenten uit de late negentiende eeuw hun blote tieten, billen en meer laten zien. En toch maakt juist dát het boek zo waardevol. Het naast elkaar van al die Fluxus-kunst van mensen als Sol Lewitt, een vroege ansichtkaart, Stanley Brouwn tot Wolf Vostell, het samengaan van al die idealen en concepten (Henry A. Flynt wordt gezien als de man die de conceptkunst heeft gemunt). Kortom, het boek viert een radicaal kunstenaarschap dat haar betekenis en belang nooit heeft verloren.
Saskia Monshouwer, 28 april 2019
Soort bericht: popinnblog
Geschreven door: Airco Caravan
Geplaatst op: 3 april 2019
Picasso zei het al: “Good artists copy, great artists steal”. Vreemd eigenlijk, want van Picasso zou je niet verwachten dat hij plagiaat of diefstal propageert. Hij was niet de enige die dit verkondigde. Componist Igor Strawinsky zei ook al zoiets: “A good composer does not imitate; he steals.” En dichter T.S. Eliot: “Immature poets imitate, mature poets steal”.
Elaine Sturtevant
Wat bedoelen ze eigenlijk?
Iemand die echt alles 100% kopieerde was Elaine Sturtevant. Ze werd bekend met de replica’s van zeefdrukken van Andy Warhol, maar ze maakte ook ‘herhalingen’, zoals ze het zelf noemde, van Frank Stella, Roy Liechtenstein, Tom Wesselmann en Jasper Johns. Warhol kende haar, en als iemand hem interviewde met de vraag wat de diepere betekenis van zijn zeefdrukken was, antwoordde hij: “I don’t know, ask Elaine”. In Stedelijk Base, Stedelijk Museum Amsterdam, hangt heel mooi haar Raysse Tableau a Haute Tension (rechts), naast het origineel Peinture À Haute Tension van Martial Rayssee. Is dit diefstal?
Luc Tuymans
Het is bekend dat veel beroemde kunstenaars zich lieten inspireren door hun voorgangers, en ook daadwerkelijk bestaande kunstwerken, stijlen en technieken nabootsten. Is dat plagiaat? Wat is het verschil tussen kopiëren en stelen? Het kan een hele dunne lijn zijn, daarom ontstaat er soms ook heftige discussie over. Ik denk nu aan de plagiaatkwestie van Luc Tuymans (lees de blogpost van Jet Nijkamp) die een nieuwsfoto van politicus Jean-Marie Dedecker van fotograaf Katrijn van Giel naschilderde. Naar aanleiding hiervan werd in Antwerpen een grote expositie georganiseerd waarin meer dan 100 kunstenaars hun reactie gaven in ‘A Belgian Politician’. Het is een valide vraag: wanneer is iets een kopie en wanneer is het inspiratie? De meningen hierover zijn verdeeld, vooral ook onder kunstenaars zelf.
Wayne Thiebaud
In New York was ik bij een lezing van een van mijn grote helden, de Amerikaanse schilder Wayne Thiebaud, inmiddels 98 jaar oud. Behalve dat hij wereldberoemd is om zijn romig geschilderde zoetgekleurde taartjes en ijsjes, heeft hij ook meer dan 70 jaar (!) voor de klas gestaan. Zijn tip: “Als je even niet weet wat je moet schilderen, schilder dan je favoriete kunstwerken na”. Er is geen betere manier om een schilder en zijn werk beter te leren kennen. Je komt dichter bij de persoon, de techniek, en je leert beter kijken. Thiebaud schildert nooit van foto’s, dat vindt hij een doodzonde. Maar hij schildert ook niet naar de natuur… hij doet alles uit het hoofd. Hij oefende dat door stillevens op te stellen (altijd met kunstlicht, want dat licht is constant) in een andere ruimte. Hij moest dan telkens op en neer lopen om het te bekijken.
Voordat hij zijn smeuïge zoetigheden op het doek zette, was hij in de jaren ’50 bevangen door het abstract expressionisme, en kopieerde de technieken en stijl van Pollock en De Kooning, maar dat werd geen succes. Gelukkig maar.
Inspiratie versus plagiaat
Picasso bedoelde met Great Artists Steal dat de ware kunstenaar geïnspireerd en ongegeneerd iets pakt van een ander, en daar vervolgens iets mee doet, het eigen maakt, bevoelt, bevraagt, onderzoekt, en gebruikt. Dan wordt er automatisch een nieuw origineel gecreëerd. En daarmee is alles geoorloofd. Of toch niet?
Als je een keer een lekker pittig gesprek wilt met je kunstcollega’s, begin dan over plagiaat, vuurwerk gegarandeerd. En kom van 12 t/m 14 april 2019 naar Great Artists Steal in Loods6 te Amsterdam, want de 40 kunstenaars van Popinnart hebben onder deze noemer hun eigen of andermans werk gekopieerd tot verrassende, verzamelwaardige en betaalbare kunstwerken.
Airco Caravan, 3 februari 2019
Soort bericht: popinnblog
Geschreven door: Jet Nijkamp
Geplaatst op: 25 maart 2019
Fotograaf Katrijn van Giel maakte een foto van parlementariër Jean-Marie Dedecker na een verkiezingsnederlaag. Het is een opvallende foto, niet zomaar een kiekje. Een echt portret lijkt het niet. Dedecker is op de foto moeilijk herkenbaar, omdat zijn mond en kin buiten het kader vallen. Als Nederlander volg ik de Vlaamse politiek niet dagelijks en op de afbeeldingen die Google opleverde herkende ik de man niet van de foto van Van Giel. De uitsnede of kadrering van de foto abstraheert daarmee als het ware van de persoon. Verder valt de lichtval op, de geloken ogen en het bezwete voorhoofd. De foto toont het menselijk falen in het algemeen. Ook schilder Luc Tuymans, die in zijn werk veel gebruik maakt van foto’s in de media, vond de foto bijzonder. Van deze foto wilde hij een schilderij maken dat, anders dan gebruikelijk, zo dicht mogelijk bij het origineel bleef, omdat hij dat zo bijzonder vond, zo verklaarde hij in een interview. Hij noemde het schilderij A Belgian Politician als abstractie van Dedecker. Hij verkocht het en publiceerde een reproductie onder meer in een catalogus met daarnaast de oorspronkelijke foto van Van Giel.
Van Giel spande een kort geding aan tegen Tuymans wegens diens inbreuk op haar auteursrecht. Ze won. Kunstenaars, schrijvers, fotografen, galeriehouders, curatoren buitelden over elkaar heen in hun commentaren. Daarin lijkt het of het vonnis niet is gelezen, de strekking ervan niet is begrepen. De hele kunststroming van appropriation art zou niet meer kunnen bestaan, de wet zou niet meer voldoen en zou moeten worden aangepast. Schromelijk overdreven. De zaak wordt in het algemene getrokken, waar het, zoals zo vaak in het auteursrecht, om een bijzonder geval gaat op basis waarvan je juist moeilijk kunt veralgemeniseren.
Wat is het probleem?
Auteursrecht probeert makers van oorspronkelijke producten te beschermen. Schilders, fotografen, dichters, wetenschappers willen niet dat een ander hun mooie schilderij, foto, gedicht, onderzoek o.i.d. te gelde maakt. Ik mag geen foto maken van een schilderij van Tuymans, op een ansichtkaart zetten en voor mijzelf verkopen. Dat mag ik evenmin met een foto van Rineke Dijkstra of met een foto van een journalistieke fotograaf. Zijn al die curatoren, galeristen, schrijvers en kunstenaars het daarmee oneens? Ik mag dat dus ook niet doen met de foto van Katrijn van Giel van Jean-Marie Dedecker.
Nu roept iedereen dat Tuymans geen fotograaf is maar een schilder. Een schilderij van Tuymans is op zich toch een kunstwerk? Dat ontkent niemand, ook Van Giel niet. Is het verschil in medium bepalend? Het gaat er niet om of het nieuwe product een kunstwerk is of niet. Het gaat erom hoeveel van een ander kunstwerk erin zit zonder dat die andere kunstenaar daar de credits voor krijgt. Dat, zogezegd, aan Tuymans wordt toegedicht wat eigenlijk al in het oorspronkelijke werk aanwezig was. Dan komen we bij de verhouding tussen het oorspronkelijke werk van de foto van Van Giel en het schilderij dat Tuymans ervan maakte.
Is het schilderij van Tuymans een vertaling van de foto van Van Giel, waarbij het oorspronkelijk werk in zijn geheel, in een één op één verhouding wordt vertaald in een ander medium, als een film van een boek, waarbij aan de auteur van het boek rechten moeten worden betaald? Of is het schilderij een werk in de stijl van het oorspronkelijke werk, maar niet letterlijk daarop gebaseerd? Of is het geïnspireerd door de foto van Van Giel, maar is die foto niet of nauwelijks meer te herkennen in het nieuwe werk? Mij lijkt het eerste het geval en dan geldt simpelweg dat Van Giel recht heeft op een vergoeding van de auteursrechten én dat haar toestemming nodig is voor deze exploitatie van haar werk. Het pressiemiddel van de dwangsom moet ervoor zorgen dat Tuymans haar auteursrecht erkent en betaalt. Het betreft niet de hoogte van die rechten. Dit voor de mensen die haar als geldwolf afschilderen.
Is met dit vonnis de appropriation art in gevaar? Geenszins. In veel werken die tot die stroming worden gerekend is het zo dat de kunstenaar een andere betekenis geeft aan het werk dan de oorspronkelijke maker heeft beoogd. Dat geldt voor Duchamp die een pispot een slag draait en er een handtekening van een fictief persoon op zet. Dat geldt voor Duchamp die de Mona Lisa een snor geeft, dat geldt voor Warhol die soepblikken stapelt. Je krijgt een ander beeld met een andere associatie. Maar er blijven altijd grensgevallen en ook Warhol heeft een keer een auteursrechtzaak verloren. Nadien vroeg hij altijd keurig toestemming en droeg auteursrechten af aan oorspronkelijke makers. In het geval van Tuymans is aannemelijk dat hij juist precies dezelfde betekenis in zijn schilderij legt als Van Giel in haar foto: die van het menselijk falen. Geen andere context, geen andere betekenis. Juist daarom viel dit vonnis zo uit. Aan het schilderij werd ten onrechte een hogere betekenis toegedicht dan al bij Van Giel in haar foto zat. Dit staat los van Tuymans’ kwaliteiten als schilder om die betekenis te verbeelden.
Betekent het dat je onder de huidige wetgeving niet meer zomaar krantenfoto’s mag gebruiken? Nee. In principe mag je alles gebruiken, maar zoals sommig verfmateriaal duurder is, zo is sommig beeldmateriaal dat ook. Afhankelijk van het gebruik dat je ervan maakt, moet je een licentie vragen aan de maker. Wel wordt veel beeldmateriaal sinds enige tijd door makers en beeldbanken in Creative Commons License beschikbaar gesteld. Je mag dit dan onder bepaalde voorwaarden in fair use gebruiken, iets ruimer dan het gewone copyright. De maker behoudt echter de intellectuele eigendom en mag uit dien hoofde optreden tegen inbreuken op diens recht. Het auteursrecht is dus wel in ontwikkeling om de positie van makers en gebruikers te verbeteren. Ik ben niet tegen aanpassing van wettelijke regelingen waar nodig, maar een aantal reacties van kunstenaars en curatoren op dit vonnis vind ik overtrokken en onheus jegens Van Giel.
Jet Nijkamp (beeldend kunstenaar en jurist)
10 februari 2015
(eerder gepubliceerd op 28 februari 2015 op LinkedIn)
Einfache Nachahmung
Soort bericht: popinnblog
Geschreven door: Ben van der Wel
Geplaatst op: 27 februari 2019
Wollte aber jemand die Künste verachten, weil sie der Natur nachahmen, so läßt sich darauf antworten, daß die Naturen auch manches andere nachahmen.
Mimicry heeft zich in de natuur bewezen als overlevingstechniek. Een specifiek type, biomimicry, betreft onze diersoort die een onderdeel van de rest van de natuur imiteert om eigen problemen op te lossen. Wij leren door te imiteren, het zit in ons. Ook in de kunst wordt nagebootst: Jet en Airco schreven hier eerder over al dan niet plagiaat. Wat nog ontbreekt rond het thema Great Artists Steal is wat Griekse filosofen en een Duitse dichter.
Imitatio, het imiteren van oude meesters, is bij de oude grieken een beproefde werkwijze voor kunstenaars (“good artists copy” i.e. nadoen), evenals het nastreven, met als doel de meesters te overtreffen: aemulatio (“great artists steal” i.e. zich eigen maken). Even doorbijten, nog twee klassieke termen horen in deze context: mimesis (i.e. het imiteren van de natuur, in dichtkunst de directe rede) in tegenstelling tot diegesis (i.e. de indirecte rede, navertelling). Al deze begrippen vinden in de Renaissance natuurlijk nieuwe urgentie. In die tijd deelt Vasari de nabootsing van de natuur in drie gradaties in: onbeholpen natekenen, nauwkeurige nabootsing en het overtreffen van de werkelijkheid.
Dit gaat allemaal bijna te ver, ik weet het, maar het is belangrijk om bij die Duitse dichter te komen. Goethe heeft deze driedeling genomen en omgevormd tot drie stappen in de ontwikkeling van een kunstenaar: Einfache Nachahmung der Natur, Manier, Stil (1789). En ja, goed gezien: de nauwkeurige nabootsing van de natuur is bij hem beperkt tot de eerste. Die stap werd ijverig toegepast in kunstacademies, waar studenten tot in den treure voorwerpen en modellen moeten tekenen. Het is dan ook een goede oefening om te leren kijken.
Als je dat een beetje onder de knie hebt, ga je verder met Manier, naar het Italiaans dipingere di maniera ofwel uit je hoofd tekenen. Je reproduceert niet klakkeloos een boom, maar snapt hoe zo’n ding werkt: wortels, stam, takken, bladeren, licht, schaduw etc. Je voegt bij het nabootsen de subjectieve factor toe door keuzes te maken, zoals welke details jij karakteristiek vindt.
Stil is in Goethes theorie de hoogste graad, ja de hoogste graad die kunst ooit bereiken kan. De kunst maakt zich hier los van de nabootsing en kan op eigen benen staan, op dezelfde basis als de natuur: “[Die Kunst geht] auf jenes Vernünftige [zurück], aus welchem die Natur bestehet und wornach sie handelt” (1). De kunst heeft aemulatio bereikt, de kunstenaar heeft zich de natuur eigen gemaakt. Hij kan het wezen der dingen in beeld vatten omdat hij begrijpt wat hij namaakt. Een goede kunstenaar is ook anatomicus, botanicus, architect, etc.
Goethe waardeert Manier hoger dan einfache Nachahmung, en plaatst Stil weer daarboven. Hij gebruikt ze als gradaties in talent, zeker, maar ook als volgorde van ontwikkeling. En hij vindt elk stadium belangrijk: de hoogste is niet mogelijk zonder de laagste. Zo dacht hij ook, hieraan verwant, over ambacht versus kunst: kunst staat weliswaar hoger (een ontwikkelingsstap verder) maar ambacht is net zo noodzakelijk. En ambachtslieden kunnen hun ambacht in hoge mate doorontwikkelen, veel verder dan de kunstenaar die na basisbeheersing van het ambacht doorleert. De een is niet beter dan de ander, het is gewoon een ander vak.
Great Artists Steal is natuurlijk een wat provocerende uitspraak, maar verwijst wel degelijk naar de lange ontwikkelingsweg die een goede kunstenaar aflegt om via het overnemen van beeld (lenen) tot het eigen maken ervan (stelen) te komen en zo de hoogste trede te bereiken.
Denn die Götter lehren uns ihr eigenstes Werk nachahmen; doch wissen wir nur, was wir tun, erkennen aber nicht, was wir nachahmen.
Ben van der Wel (kunstenaar en germanist) afbeelding (in drieën): Leafy Schism
(Openingscitaat) en (1) Goethe, Wilhelm Meisters Wanderjahre oder Die Entsagenden, 1829. Aus Makariens Archiv. Hamburger Ausgabe, Band 8, blz 463. (naar Plotinus) = WMWJ. De verzameling gedachten en spreuken Aus Makariens Archiv – lang niet allemaal van Goethes eigen hand – waren ook bedoeld als gedachtenoefeningen en uitgangspunten voor gedachtenwisseling. Met ditzelfde doel ook door mij hier overgenomen.
(Slotcitaat) WMWJ, blz 460 (naar Hippokrates).
Geschreven door: Beth Namenwirth
Geplaatst op: 13 februari 2019
Beth Namenwirth: Hoe is het idee om Popinnart op te zetten eigenlijk ontstaan?
Al langer had ik, als ik door de stad fietste en een lege winkelruimte zag, het idee om samen met een groep kunstenaars iets te doen. Eind 2017 hoorde ik van een vriend dat de oude bioscoopruimte aan de Middenweg beschikbaar kwam om te huren. Een fantastische industriële ruimte van 220m2. Hoewel het een antikraak regeling betrof, was de huurprijs zodanig hoog, dat dit project alleen haalbaar was als ik tenminste 40 kunstenaars zou kunnen vinden waarmee ik samen de vaste lasten zou kunnen delen. Ik zag meteen het potentieel en de voordelen van zo’n grote groep kunstenaars. Je deelt elkaars netwerk, elkaars expertise, bent onafhankelijk van een galerie, je kunt samen kosten delen, leuke dingen doen en nog veel meer.
Viel het mee om zoveel kunstenaars zo ver te krijgen om mee te doen?
Eerst heb ik Airco Caravan gebeld. Ik dacht, als zij het een goed plan vindt en toezegt, dan lukt het ook om meer kunstenaars mee te krijgen. Airco kent veel kunstenaars en heeft ervaring met kunstprojecten. Vervolgens heb ik andere kunstenaars benaderd die ik er graag bij wilde hebben. De meeste kunstenaars doen al vanaf het begin mee.
Wat waren je verwachtingen en zijn die uitgekomen?
Mijn verwachtingen zijn zeker uitgekomen. Wel is een en ander wat langzamer gegaan dan ik in eerste instantie had ingeschat. Dit kwam met name omdat ik het eerste jaar alles alleen heb gedaan. Dit is gewoon te veel werk en daardoor minder effectief. Nu hebben we geen vaste locatie meer, maar de betrokkenheid van de groep is er. Ik vind het hartverwarmend om te zien hoeveel enthousiasme er is.
Nu we het samen doen voel je de kracht van een groter draagvlak. Voor alle taken hebben we een commissie in het leven geroepen die zich over een bepaald onderwerp buigt. Zoals de inrichtingscommissie, de eventcommissie, de afdeling campagne- en marketing & vormgeving. Er zijn kunstenaars die de PR doen en de persberichten verzorgen. Een van de kunstenaars is ook jurist, hij heeft de statuten, deelnemers- en verkoopvoorwaarden opgesteld. We hebben twee mannen die zich op de nieuwe website hebben gestort. Dan ontdek je dat alle kunstenaars afzonderlijk ook weer ergens anders goed in zijn waardoor je elkaar samen verder helpt.
Wat heb je er tot nu toe van geleerd?
Wat mij is opgevallen in de ruimte aan de Middenweg is dat vooral de grote events en speciale avonden die ik heb georganiseerd succesvol waren. Ze werden goed bezocht en er werd veel kunst verkocht. Mijn conclusie is dat het daarom beter werkt als je exclusief bent ipv permanent beschikbaar op één vaste locatie om kunst te exposeren, zoals de traditionele bestaansvorm van de galerie. Daarom heb ik het omgegooid naar een post-gallery formule. We gaan een aantal keer per jaar een kortdurende, dynamische tentoonstelling organiseren op wisselende, spannende locaties en zijn daarnaast online te vinden.
Wat zijn je wensen en verwachtingen voor de toekomst met Popinnart?
Popinnart is binnen een jaar stevig op de kaart gezet. Het fundament is er en de ambities ook. Ik heb er veel vertrouwen in. Sinds 5 februari jl. zijn we een stichting met een geweldige raad van advies. In de rva zitten kopstukken uit de kunst en marketing die ons collectief zeer steunen en ons met raad en daad bij gaan staan. Ook zie ik dat alle kunstenaars individueel aan de weg timmeren en dat ze gedreven bezig zijn met hun werk. Als je die krachten bundelt sta je samen sterk. Popinnart maakt goede kunst bereikbaar voor iedereen en zo groeien we gestaag door naar een mooi platform voor kunstenaars én kunstkopers.
Op het moment zijn we druk bezig met de voorbereidingen van ons next big event in Loods 6 (12 t/m 14 april 2019). Hier verheugen we ons allen zeer op.
Beth Namenwirth
13 februari 2019
Links draaiend of rechtsdraaiend?
Soort bericht: popinnblog
Geschreven door: Geertje Geertsma
Geplaatst op: 12 februari 2019
Er is een schelp die de naam Conus Marmoreus draagt en bekend geworden is omdat Rembrandt er een stilleven van etste. Sindsdien staat de schelp bekend als de Rembrandtschelp. De Rembrandtschelp lag ooit te pronken in de Kunstcaemer van Rembrandt tussen andere exotische verzamelobjecten.
Stel, je wil net als Rembrandt deze schelp weergeven, of anders gezegd het idee van Rembrandt naäpen. Dan koop je een Rembrandtschelp want je wil weten hoe de schelp er in het echt uit ziet. Je wil de schelp begrijpen. Tenminste, ik wel.
Dan zul je merken dat er iets niet klopt. De Rembrandtschelp bestaat namelijk niet in real life. Mogelijk wist Rembrandt dat niet maar er is op de hele wereld geen linksdraaiende Conus Marmoreus te vinden!
Wat nu?
Je kunt net als Henk Helmantel deed, een rechtsdraaiende Rembrandtschelp maken. Misschien omdat je het niet kunt laten Rembrandt te corrigeren of omdat het niet in jouw aard ligt om een niet bestaande schelp te maken. Iedereen heeft zo zijn of haar neigingen.
Of je geeft de schelp linksdraaiend weer net als Rembrandt.
Dan maakt het zelfs niet meer uit wat voor materiaal of techniek je gebruikt, het is dan sowieso de Rembrandtschelp.
Keuzes …
Geertje Geertsma, 12 februari 2019
